Reglement van Tucht
Begripsbepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
- de Orde: de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors;
- het Bestuur: het bestuur van de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors;
- de Algemene Vergadering: de Algemene Vergadering van de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors;
- de Statuten: de statuten van de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors;
- een gewoon lid: een gewoon lid van de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors;
- een erelid: een erelid van de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors;
- een geassocieerd lid: een geassocieerd lid van de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors;
- een aspirant lid: een aspirant lid van de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors.
- het Reglement: het Reglement van Tucht;
- de Raad: de Raad van Tucht;
- de Voorzitter: de voorzitter van de Raad van Tucht;
- de Griffier: de griffier van de Raad van Tucht;
- Kamer: leden van de Raad van Tucht, die aan de behandeling van een klacht deelnemen.
Taak
Artikel 2
De behandeling van klachten die tegen de gewone leden of ereleden zijn ingediend, is opgedragen aan de Raad.
Samenstelling
Artikel 3
- De Raad bestaat uit de Voorzitter, de plaatsvervangend Voorzitter en minstens acht leden van de Orde.
- De Voorzitter en plaatsvervangend Voorzitter kunnen niet lid van de Orde zijn en moeten voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechter in een arrondissementsrechtbank en met enige bij de wet ingestelde rechtspraak zijn belast of belast zijn geweest .
Benoeming
Artikel 4
- De Voorzitter en de plaatsvervangend Voorzitter van de Raad worden benoemd door het Bestuur, gehoord de Raad.
- De leden afkomstig van de Orde worden benoemd door de Algemene Vergadering op voordracht van het Bestuur.
- De benoemingen geschieden voor een periode van vier jaar. Leden van de Raad kunnen worden herbenoemd.
- Het Bestuur kan de Voorzitter, en/of de plaatsvervangend Voorzitter om zwaarwegende redenen tussentijds ontslaan.
- De Algemene Vergadering kan leden afkomstig van de Orde om zwaarwegende redenen tussentijds ontslaan.
- Indien tussentijds een vacature ontstaat, zal daarin overeenkomstig het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel binnen een termijn van zes maanden worden voorzien. Hij die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats treedt af op het tijdstip waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
- Waar in het Reglement sprake is van de Voorzitter, kan in zijn plaats ook de plaatsvervangend Voorzitter als Voorzitter optreden.
- Indien de termijn, waarvoor een lid van de Raad is benoemd, verstrijkt terwijl dit lid nog betrokken is bij een zaak waarin de Raad nog geen einduitspraak heeft gedaan, blijft dit lid deel uitmaken van de Raad totdat einduitspraak in de betreffende zaak is gedaan.
Uitgesloten van benoeming
Artikel 5
Bestuursleden, geassocieerde leden, aspirant-leden, leden van de Raad voor Beroepsethiek, leden van de Raad van Beroep en personen van 70 jaar en ouder kunnen niet tot lid van de Raad worden benoemd.
Kamers
Artikel 6
- De Raad behandelt klachten in Kamers, bestaande uit de Voorzitter of de plaatsvervangend Voorzitter en twee andere leden van de Raad.
- De Voorzitter stelt de Kamers van geval tot geval vast.
Griffier
Artikel 7
- De Raad wordt in zijn taakuitoefening bijgestaan door een Griffier en een plaatsvervangend Griffier, door het Bestuur te benoemen gehoord de Raad .
- De Voorzitter, de plaatsvervangend Voorzitter, de Griffier en de plaatsvervangend Griffier van de Raad genieten een vaste bezoldiging, vast te stellen door het Bestuur.
Behandeling
Artikel 8
- De Raad neemt elke klacht die tegen gewone leden of ereleden wordt ingediend in behandeling teneinde te beoordelen of het handelen van de Register EDP-Auditor waarop de klacht betrekking heeft, in strijd is met het Reglement Gedrags- en Beroepsregels Register EDP-Auditors als bedoeld in artikel 15, lid 2 van de Statuten en of tevens door dit handelen voor de indiener van de klacht nadeel is ontstaan.
- De Raad zendt de klager bericht, dat zij de klacht heeft ontvangen. De Raad zendt gelijktijdig aan het lid tegen wie de klacht is ingediend alsmede aan het Bestuur een afschrift van de klacht.
- Bij de toezending van het in lid 2 bedoelde afschrift wordt medegedeeld dat het lid tegen wie de klacht is ingediend binnen een door de Voorzitter van de Raad te bepalen termijn van tenminste één maand een verweerschrift kan indienen. Aan degene die de zaak aanhangig heeft gemaakt, wordt afschrift van het verweerschrift toegezonden.
- Binnen een maand na het indienen van het verweerschrift, of, indien het lid tegen wie de klacht is ingediend de termijn voor het indienen van het verweerschrift heeft laten voorbijgaan, binnen een maand na het einde van de gestelde termijn, stelt de Voorzitter de Kamer samen, die de klacht zal behandelen.
- De Voorzitter geeft aan de partijen onverwijld kennis van de samenstelling van de Kamer. Elk der partijen is gedurende een maand na de datum van deze kennisgeving bevoegd, onder opgave van redenen de Raad mede te delen, dat hij één of meer leden van de Kamer, zoals deze door de Voorzitter is samengesteld, wenst te wraken. Bij de kennisgeving van de samenstelling van de Kamer wijst de Voorzitter de partijen op hun bevoegdheid in deze.
- De Kamer zorgt ervoor dat klager en beklaagde onverwijld beschikken over afschriften van alle door de wederpartij in het geding gebrachte stukken.
Wraking en verschoning
Artikel 9
- De Griffier stelt partijen in kennis van de samenstelling van de Kamer en wijst hen daarbij op de bevoegdheid tot wraking als bedoeld in de navolgende leden.
- Een lid van de Kamer moet zich verschonen en kan worden gewraakt indien te zijnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan waardoor de vereiste onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
- Elk der partijen is gedurende tien dagen na dagtekening van de kennisgeving bedoeld in het vorige lid bevoegd per aangetekende brief met afschrift aan de andere partij onder opgave van redenen de Kamer mede te delen dat zij een of meer leden wenst te wraken.
- Onder feiten en omstandigheden, bedoeld in lid 2 van dit artikel wordt in ieder geval verstaan:
a. Er bestaat tussen het lid van de Kamer en één der partijen bij de zaak bloedverwantschap of aanverwantschap tot de vierde graad;
b. Het lid van de Kamer en één der partijen oefenen hun beroep direct of indirect uit voor gemeenschappelijke rekening of onder gemeenschappelijke naam, dan wel er bestaat tussen hen een arbeidsovereenkomst;
c. Het lid van de Kamer heeft persoonlijk belang bij de zaak, bijvoorbeeld omdat hij:
- een schriftelijk advies in de zaak heeft gegeven;
- in een soortgelijk geschil betrokken is;
- een rechtsgeding met één der partijen heeft;
- in een vorige klachtprocedure tegenpartij van één der partijen is geweest.
- De Kamer, met uitzondering van degene die zich wenst te verschonen of te wiens aanzien wraking is voorgesteld, beslist over de wraking. Tegen deze beslissing staat geen zelfstandig rechtsmiddel open.
- De Griffier stelt partijen in kennis van de beslissing bedoeld in het vorige lid, en indien van toepassing, van de naam (namen) van degene(n) die de plaats van het (de) gewraakte lid (leden) in de Kamer zal (zullen) innemen.
-
- Indien de Kamer een klacht gegrond verklaart kunnen de volgende sancties worden toegepast:
- schriftelijke waarschuwing;
- schriftelijke berisping;
- schorsing als lid van de Orde voor ten hoogste zes maanden;
- ontzetting als lid van de Orde.
- De Raad kan ingeval van een maatregel als bedoeld sub b, c en d bepalen dat deze al dan niet met de gronden waarop deze rust, zal worden openbaar gemaakt aan de leden van de Orde.
-
- Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden nadat de Kamer haar onderzoek naar aanleiding van de klacht heeft voltooid, neemt zij met volstrekte meerderheid van stemmen een beslissing. Zij kan de klacht niet-ontvankelijk verklaren of afwijzen, dan wel gegrond verklaren met het toepassen van een sanctie. In geval van een niet ontvankelijk verklaring is een besluit met algemene stemmen vereist.
- De leden van de Kamer oordelen als goede mannen naar billijkheid en op de grondslagen van het Nederlands recht.
- Bij een uitspraak kan tevens worden voorzien in een veroordeling van een of beide partijen tot gehele of gedeeltelijke betaling van verschotten of kosten welke voor de behandeling van de klacht zijn gemaakt en een veroordeling in de kosten van de wederpartij, zoals bedoeld in artikel 12 en 13.
- Een veroordeling tot betaling van verschotten of kosten als in het derde lid bedoeld spreekt de Kamer slechts uit voor zover zij van oordeel is dat de verschotten of kosten op onredelijke of lichtvaardige wijze zijn veroorzaakt door de tot betaling te veroordelen partij.
- De uitspraak, die schriftelijk wordt vastgelegd en met redenen is omkleed, vermeldt dat zij tot stand is gekomen met inachtneming van de bepalingen van het Reglement en vermeldt de namen van de leden van de Kamer die haar heeft gegeven en van de Griffier, alsmede de datum van de uitspraak. De uitspraak wordt door de Voorzitter en de Griffier ondertekend. De aldus getekende beslissing blijft bij het secretariaat van de Raad berusten.
- De Griffier zendt aangetekend aan elk van de partijen een door hem getekend afschrift van de uitspraak. De Griffier doet een afschrift van elke uitspraak ter kennisneming toekomen aan de ambtelijk secretaris van de Orde.
- Een partij kan tot veertien dagen na verzenddatum van de uitspraak van de Kamer schriftelijk verzoeken een kennelijke reken- of schrijffout te herstellen. Indien naar het oordeel van de Kamer hiervan sprake is, zal de Kamer overgaan tot herstel. De Kamer kan ook uit eigen beweging overgaan tot herstel van een kennelijke reken- of schrijffout in de uitspraak.
-
- De Kamer is ambtshalve of op verzoek van één der partijen bevoegd getuigen en deskundigen op te roepen en te horen. Iedere partij, die ter zitting van de Raad een getuige of deskundige wenst te doen horen, dient dit binnen de daartoe door de Kamer gestelde termijn schriftelijk aan de Kamer kenbaar te maken. Indien de Kamer het verzoek honoreert, zal zij dienaangaande beide partijen tijdig voor de zitting op de hoogte brengen.
- De Kamer roept getuigen en deskundigen op bij aangetekend schrijven.
- De getuigen worden door de Kamer verzocht de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen; de deskundigen worden verzocht hun opdracht onpartijdig en naar beste weten te volbrengen.
- De Voorzitter kan aan getuigen en deskundigen desgewenst een schadeloosstelling toekennen, waarbij hij tevens het bedrag daarvan vaststelt.
-
- De Kamer is bevoegd ieder der partijen op een termijn van tenminste één maand op te roepen om voor haar te verschijnen. Zij is hiertoe verplicht, indien voor afloop van een termijn van één maand na het toezenden van het afschrift van het verweerschrift aan klager, één der partijen hiertoe een schriftelijk verzoek heeft gedaan.
- De Kamer roept partijen op om ter behandeling van de klacht voor haar te verschijnen en bepaalt daartoe dag, uur en plaats. Bij niet-verschijning van een partij kan de Kamer, te harer beoordeling, partijen opnieuw voor een zitting oproepen dan wel haar uitspraak geven met vermelding van de niet-verschijning.
- Partijen kunnen zich ter zitting doen vertegenwoordigen door een gemachtigde en zich doen bijstaan door een raadsman. De Kamer kan weigeren iemand, die geen advocaat is, als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt de Kamer de zaak tot een volgende zitting aan.
Zitting
Artikel 10
Getuigen en deskundigen
Artikel 11
Inlichtingenplicht
Artikel 12
- Partijen zijn verplicht de Kamer zodanig inlichtingen te verstrekken als zij verlangt. De Kamer kan ook het medebrengen van getuigen en van boeken en bescheiden verlangen.
- De Kamer maakt van stukken en van mondelinge verklaringen slechts gebruik voor zover zij partijen in de gelegenheid heeft gesteld van die stukken kennis te nemen en het afleggen van mondelinge verklaringen bij te wonen.
- De kosten verbonden aan de in lid 1 van dit artikel genoemde voorzieningen worden in beginsel door partijen gedeeld.
- Het staat de Raad vrij aan het niet voldoen door een partij aan haar verlangen bedoeld in het eerste lid de gevolgtrekking te verbinden welke haar geraden voorkomt.
Beslissing
Artikel 13
Sancties
Artikel 14
Tenuitvoerlegging
Artikel 15
Het Bestuur draagt zorg voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde sanctie alsmede voor de eventuele openbaarmaking daarvan.
Geheimhouding
Artikel 16
De leden van de Raad en de Griffier zijn, ook na beëindiging van hun functie, verplicht tot geheimhouding van de beraadslagingen van de Raad en van alle informatie en gegevens die hen in verband met de behandeling van een klacht zijn verstrekt.
Onvoorziene gevallen
Artikel 17
In alle gevallen, waarin het Reglement niet voorziet of waarin de uitleg ervan niet duidelijk is, handelt de betrokken Raad naar eigen inzicht. De Voorzitter is bevoegd de procedurevoorschriften van het Reglement waar nodig uit te leggen en aan te vullen. Tegen het gebruik van deze bevoegdheid door de Voorzitter staat geen zelfstandig rechtsmiddel open.
Beroepsprocedure
Artikel 18
- Uitsluitend tegen een beslissing van de Raad tot ontzetting als lid van de Orde kan beroep worden ingesteld bij de Raad van Beroep. De uitspraak van de Raad van Beroep is bindend.
- Beroep dient binnen één maand ná datum beslissing te worden ingesteld.
- Nadere regels omtrent het instellen van beroep zijn gegeven in het Reglement van Beroep.
Wijzigen van het Reglement van Tucht
Artikel 19
- Voorstellen tot wijziging van het Reglement kunnen slechts worden opgesteld door de Raad , door het Bestuur van de Orde of door tenminste een/tiende van het aantal stemgerechtigde leden.
- Besluiten tot wijziging van het Reglement kunnen slechts worden genomen door de Algemene Vergadering.
- Wijziging van dit artikel van het Reglement behoeft de goedkeuring van twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een Algemene Vergadering waarin tenminste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is.