Statuten
Naam en zetel
Artikel 1
De vereniging draagt de naam: Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors, hierna aangeduid als: de Orde.
In het maatschappelijk verkeer wordt de aanduiding NOREA als verkorte naam gebruikt. De Orde is gevestigd te Amsterdam.
Verenigingsjaar
Artikel 2
Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Doel
Artikel 3
De Orde heeft ten doel:
1. het bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening door de leden, voor zover deze beroepsuitoefening binnen het vakgebied, IT-audit, valt of daaraan raakt;
2. het bevorderen van de ontwikkelingen binnen het vakgebied;
3. het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de leden.
Middelen
Artikel 4
De Orde tracht het in artikel 3 omschreven doel te bereiken door:
1. het stellen van regels in de vorm van reglementen, richtlijnen en besluiten, onder meer betreffende:
a. de toelating tot het lidmaatschap;
b. de rechten en verplichtingen die aan het lidmaatschap verbonden zijn;
c. het gedrag en de beroepsuitoefening;
d. de tuchtrechtspraak;
2. het ontplooien van activiteiten, gericht op:
a. het bevorderen van terzake dienende opleidingen;
b. het initiëren van onderzoek op het vakgebied van IT-audit;
c. het houden van seminars en het samenstellen en uitgeven van publicaties op het vakgebied van IT-audit;
3. alle andere wettige middelen die voor het bereiken van het doel bevorderlijk worden geacht.
Structuur
Artikel 5
De Orde kent een algemene vergadering van leden - hierna genoemd: de Algemene Vergadering- en het Bestuur. Voor adviserende en uitvoerende activiteiten worden zij bijgestaan door een aantal raden en door commissies.
Leden
Artikel 6
1. De Orde onderscheidt gewone leden, ereleden, aspirant-leden en geassocieerde leden. Een lid kan slechts tot één van deze categorieën behoren.
2. Gewone leden van de Orde kunnen slechts zijn natuurlijke personen die zijn afgestudeerd aan een door de Orde erkende universitaire opleiding en voldoen aan de door de Orde gestelde ervaringsvereisten. Voorts kunnen als gewone leden worden ingeschreven natuurlijke personen die door het bestuur als zodanig zijn toegelaten.
3. Ereleden van de Orde kunnen slechts zijn natuurlijke personen die zich voor de Orde of voor het vakgebied IT-audit bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt.
4. Het erelidmaatschap dient, naast de staat van verdienste, mede gebaseerd te zijn op een zeker rijpheidscriterium.
5. Aspirant-leden van de Orde kunnen slechts zijn, natuurlijke personen die studeren aan een door de Orde erkende universitaire opleiding, of daaraan afgestudeerden die nog niet voldoen aan de in lid 2 bedoelde ervaringsvereisten.
6. Geassocieerde leden van de Orde kunnen slechts zijn, natuurlijke personen, die naar het oordeel van het Bestuur op enigerlei wijze verbonden zijn met het vakgebied IT-audit.
7. De Algemene Vergadering kan uitsluitend op voordracht van het Bestuur besluiten dat natuurlijke personen, behorende tot een groep personen, met kennis en ervaring als bedoeld in lid 2, volgens de geldende procedure, als gewoon lid kunnen worden toegelaten. Alvorens tot een besluit over te gaan zal advies worden gevraagd aan de Commissie van Toelating.
8. Waar in deze statuten wordt gesproken van lid of leden zijn daaronder zowel de gewone leden en de ereleden als de aspirant-leden en de geassocieerde leden begrepen, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk blijkt.
Toelating als lid
Artikel 7
1. De aanvraag om als gewoon lid, aspirant-lid of geassocieerd lid te worden toegelaten dient schriftelijk te worden gericht tot het Bestuur.
2. Uitsluitend het Bestuur beslist over de toelating als lid binnen zes maanden nadat de aanvraag als bedoeld in lid 1 is ingediend. In het Reglement van Toelating zijn nadere regels gegeven over de vereisten en procedures die voor de toelating gelden.
3. Tegen een weigering tot toelating kan beroep worden aangetekend bij de Raad van Beroep, tenzij toelating is verzocht op basis van de laatste zin van artikel 6 lid 2. Nadere regels omtrent het instellen van beroep zijn gegeven in het Reglement van Beroep.
4. Over de benoeming tot erelid beslist de Algemene Vergadering op voordracht van het Bestuur.
5. Het lidmaatschap vangt aan op de dag van inschrijving in het Register of op de lijsten als bedoeld in artikel 9. De Betrokkene wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld.
Einde lidmaatschap
Artikel 8
1. Een lid houdt op lid van de Orde te zijn:
a. door zijn overlijden;
b. door opzegging door het lid;
c. tenzij het een erelid betreft - door opzegging door het Bestuur van de Orde, wanneer een lid ophoudt te voldoen aan de statutaire verplichtingen verbonden aan zijn lidmaatschap;
d. door ontzetting door het Bestuur, wanneer een lid in strijd handelt met de Statuten, reglementen of besluiten van de Orde, of de Orde op onredelijke wijze benadeelt, dan wel handelt in strijd met de eer en waardigheid van de Orde, of afbreuk doet aan de goede naam van het beroep van EDP-auditor en/of de Orde.
e. door ontzetting door de Raad van Tucht.
2. De opzegging door het lid dient schriftelijk te geschieden, en wel tegen het einde van een verenigingsjaar, met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste drie maanden.
De opzegging door het lid kan met onmiddellijke ingang geschieden indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
3. In geval van ontzetting of opzegging door het Bestuur wordt de betrokkene per aangetekend schrijven, onder opgaaf van redenen, van het ontzettingsbesluit casu quo opzeggingsbesluit in kennis gesteld. Tegen ontzetting casu quo opzegging door het Bestuur kan binnen één maand ná ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep worden aangetekend bij de Raad van Beroep, overeenkomstig de regels gegeven in het Reglement van Beroep. In dat geval is het lid gedurende de beroepsprocedure geschorst, ook ten aanzien van eventuele functies die hij in de Orde bekleedt.
4. In geval van ontzetting door de Raad van Tucht kan binnen één maand ná ontvangst van de kennisgeving van de beslissing beroep worden aangetekend bij de Raad van Beroep, overeenkomstig de regels gegeven in het Reglement van Beroep. In dat geval is het lid gedurende de beroepsprocedure geschorst, ook ten aanzien van eventuele functies die hij in de Orde bekleedt.
5. Het einde van het lidmaatschap van een gewoon lid of een erelid leidt tot doorhaling in het Register genoemd in artikel 9 lid 1 per de datum waarop het lidmaatschap eindigt.
Register, Lijsten van aspirant-leden en geassocieerde leden
Artikel 9
1. Het Bestuur houdt een Register, waarin worden ingeschreven de namen en adressen van de gewone leden en de ereleden: de Register EDP-auditors. Het Register is ter inzage van een ieder.
2. De namen en adressen van de aspirant-leden en de geassocieerde leden worden door het Bestuur bijgehouden op een lijst van aspirant-leden respectievelijk een lijst van geassocieerde leden. De lijsten zijn ter inzage van een ieder.
Optreden als EDP-auditor
Artikel 10
Register EDP-auditors worden geacht op te treden als EDP-auditor wanneer zij op grond van een onderzoek met betrekking tot de situatie ten aanzien van de informatie-technologie in een organisatie een oordeel of advies geven. Wanneer Register EDP-auditors niet meer optreden als EDP-auditor kunnen zij daarvan kennis geven aan het Bestuur, dat daarvan een aantekening doet maken in het Register, genoemd in artikel 9 lid 1, welke status wordt aangeduid als 'niet-actief'. Leden die niet voldoen aan hun verplichtingen met betrekking tot de Permanente Educatie, zoals vastgelegd in de betreffende richtlijn, moeten de status "niet-actief" aanvragen. De status "niet-actief" impliceert dat de betrokkene niet meer mag optreden als EDP-auditor.
Rechten van de leden
Artikel 11
1. Uitsluitend de Register EDP-auditors hebben het recht achter hun naam te vermelden Register EDP-auditor, dan wel de afkorting RE.
2. Alle leden hebben toegang tot de Algemene Vergadering en hebben het recht daarin het woord te voeren.
3. Uitsluitend de gewone leden en ereleden komt stemrecht toe in de Algemene Vergadering.
4. Alle leden hebben het recht van initiatief en zijn verkiesbaar tot elke functie, voor zover de Statuten en reglementen van de Orde dat niet beletten.
Verplichting van de leden
Artikel 12
1. De leden zijn verplicht tot naleving van de Statuten en alle op hen van toepassing zijnde regels van de Orde. Zij zijn voorts verplicht aan het Bestuur de gegevens te verstrekken, die het nodig acht voor een goede uitvoering van de taak van de Orde.
2. De leden - met uitzondering van de ereleden - zijn verplicht tot betaling van een entreegeld en een jaarlijkse contributie. Bij Huishoudelijk Reglement wordt de wijze van vaststelling van het entreegeld en van de contributie voor de onderscheiden categorieën van leden geregeld.
Bestuur
Artikel 13
1. Het Bestuur is belast met het besturen van de Orde, daaronder begrepen het houden van toezicht op en het waken over de naleving van de Statuten, reglementen, richtlijnen en besluiten van het Bestuur zelf en van de Algemene Vergadering. Het Bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden en bezwaren van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Orde zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Indien het belang van een zodanige rechtshandeling een nader door de Algemene Vergadering te bepalen bedrag te boven gaat is voorts de machtiging van de Algemene Vergadering vereist.
2. De Orde wordt -behalve door het Bestuur- vertegenwoordigd door de voorzitter of vice-voorzitter, steeds tezamen met de secretaris of de penningmeester. Het Bestuur kan, aan een of meer personen, al dan niet in dienst van de Orde, procuratie of anderszins doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid verlenen tot de omvang als het zal verkiezen.
3. Het Bestuur bestaat uit een door het Bestuur te bepalen aantal van ten minste vijf bestuurders.
4. Bestuurders worden door de Algemene Vergadering uit de gewone leden gekozen en benoemd. Ze kunnen door de Algemene Vergadering te allen tijde worden geschorst en ontslagen. Nadere regels omtrent het Bestuur zijn gegeven in het Huishoudelijk Reglement.
5. De voorzitter wordt altijd in functie gekozen en benoemd door de Algemene Vergadering.
6. Een bestuurder houdt op bestuurder te zijn door:
a. zijn vrijwillig aftreden;
b. zijn periodiek aftreden, overeenkomstig het bepaalde in het Huishoudelijk Reglement;
c. ontslag, hem gegeven door de Algemene Vergadering met inachtneming van het bepaalde in artikel 23, lid 1, 2 en 3;
d. op te houden gewoon lid te zijn van de Orde;
e. het verlies van de vrije beschikking over zijn vermogen.
7. Tijdens het bestaan van een of meer vacatures geldt het Bestuur als volledig te zijn samengesteld.
Algemene Vergadering
Artikel 14
1. Tenminste eenmaal per jaar wordt een Algemene Vergadering gehouden en wel binnen zes maanden na het einde van het verenigingsjaar, op een door het Bestuur aan te wijzen plaats en dag.
2. In de jaarlijkse Algemene Vergadering brengt het Bestuur verslag uit en legt verantwoording af over:
a. de gang van zaken in de Orde en over het gevoerde beleid;
b. het geldelijk beheer in het afgelopen verenigingsjaar onder overlegging van de nodige bescheiden, daaronder begrepen de in artikel 21, lid 2 bedoelde balans en staat van baten en lasten;
3. Omtrent de getrouwheid van de stukken als bedoeld in artikel 21 lid 2 wordt een verklaring afgelegd door een deskundige als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. De Algemene Vergadering is bevoegd tot het benoemen van bedoelde deskundige. Gaat deze daartoe niet over, dan is het bestuur daartoe bevoegd.
4. De jaarlijkse begroting wordt op voorstel van het bestuur vastgesteld door de Algemene Vergadering
5. Goedkeuring van de rekening en verantwoording door de Algemene Vergadering strekt het Bestuur tot decharge voor zijn bestuur, tenzij de vergadering een voorbehoud maakt.
6. Behalve de in lid 1 genoemde vergadering kan een Algemene Vergadering worden bijeengeroepen door:
a. het Bestuur zo dikwijls het dit nodig oordeelt;
b. het Bestuur, binnen veertien dagen na de dag, waarop een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van ten minste dertig leden, onder opgave van de te behandelen onderwerpen is ontvangen, welke vergadering dient te worden gehouden op een termijn van ten hoogste acht weken na indiening van dat verzoek;
c. deze leden, indien het Bestuur in gebreke blijft om aan zijn onder b genoemde verplichting te voldoen, waarbij de vergadering zelf in de leiding ervan zal kunnen voorzien.
7. Het Bestuur is verplicht voorstellen van leden, die door hen ten minste twee weken voor de datum van vergadering schriftelijk zijn ingediend op de agenda te plaatsen van deze vergadering.
8. In een Algemene Vergadering kunnen geen besluiten worden genomen over onderwerpen, welke niet op de agenda zijn vermeld, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle stemgerechtigde leden aanwezig zijn of vertegenwoordigd zijn.
9. De oproeping tot een Algemene Vergadering zal schriftelijk plaatsvinden met inachtneming van een oproeptermijn van twee weken en onder vermelding van de agenda.
10. Een Algemene Vergadering besluit met meerderheid van stemmen, behoudens in die gevallen waarover in de Statuten of Huishoudelijk Reglement anders is bepaald. Blanco en ongeldige stemmen worden als niet uitgebracht beschouwd. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Het bestuur bepaalt op welke wijze - schriftelijk, mondeling of bij acclamatie - wordt gestemd.
11. Leden kunnen zich ter vergadering doen vertegenwoordigen, doch slechts door een schriftelijk gevolmachtigd ander stemgerechtigd lid van de Orde. Een lid kan ten hoogste twee andere stemgerechtigde leden vertegenwoordigen.
Raad voor Beroepsethiek
Artikel 15
1. De Algemene Vergadering stelt een Raad voor Beroepsethiek in.
2. De Raad voor Beroepsethiek is belast met:
a. de bewaking van de beroepsethiek en het doen van voorstellen voor de aanpassing van het de gedrags- en beroepsregels voor Register EDP-auditors, hierna aangeduid als Reglement Gedragscode (‘Code of Ethics');
b. het desgewenst adviseren, in een vertrouwensrelatie, van de leden bij problemen die zij bij de beroepsuitoefening ondervinden en die op enigerlei wijze verband houden met naleving van het Reglement Gedragscode;
c. het desgevraagd geven van advies aan de Raad van Tucht ter voorbereiding van uitspraken inzake geschillen omtrent de uitleg van de bepalingen van het Reglement Gedragscode.
3. Nadere regels omtrent de Raad voor Beroepsethiek, met inbegrip van de wijze van benoeming van de leden daarvan, worden gegeven in het Reglement voor de Raad voor Beroepsethiek.
Raad van Tucht
Artikel 16
1. De Algemene Vergadering stelt een Raad van Tucht in.
2. De Raad van Tucht is belast met:
a. de behandeling van klachten die tegen de gewone leden en ereleden zijn ingediend, echter alleen dan indien de klacht betreft het handelen van de Register-EDP auditor in strijd met de voor hem geldende bepalingen van het Reglement Gedragscode en daardoor voor de indiener van de klacht nadeel is ontstaan;
b. het doen van uitspraken inzake geschillen omtrent de uitleg van de bepalingen van het Reglement Gedragscode, desgewenst na inwinning van een advies van (of gehoord hebbende) de Raad voor Beroepsethiek.
3. Het Bestuur, iedere natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon kan met inachtneming van het bepaalde in lid 2 onder a, een klacht indienen bij de Raad van Tucht.
4. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Tucht moeten voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechter in een arrondissementsrechtbank en met enige bij de wet ingestelde rechtspraak belast of belast geweest zijn.
5. De Raad van Tucht kan de volgende sancties opleggen:
a. schriftelijke waarschuwing;
b. schriftelijke berisping;
c. schorsing als lid van de Orde voor ten hoogste zes maanden;
d. ontzetting als lid van de Orde.
6. Nadere regels omtrent de tuchtrechtspraak, met inbegrip van de wijze van benoeming van de leden van de Raad van Tucht, worden gegeven in het Reglement van Tucht.
7. Uitsluitend tegen een beslissing van de Raad van Tucht tot ontzetting als lid van de Orde kan binnen één maand ná ontvangst van de kennisgeving van de beslissing beroep worden aangetekend bij de Raad van Beroep, overeenkomstig de regels gegeven in het Reglement van Beroep.
Raad van Beroep
Artikel 17
1. De Algemene Vergadering stelt een Raad van Beroep in.
2. De Raad van Beroep is belast met het onderzoeken van het beroep en het doen van een uitspraak daarover in de gevallen als bedoeld in:
a. artikel 7 lid 3, naar aanleiding van een afwijzig tot toelating als lid, tenzij toelating is verzocht op basis van de laatste zin van artikel 6 lid 2;
b. artikel 8 lid 3, naar aanleiding van ontzetting als lid of opzegging door het Bestuur;
c. artikel 8 lid 4 en artikel 16 lid 7, naar aanleiding van ontzetting door de Raad van Tucht;
d. artikel 19 lid 4, naar aanleiding van een besluit van het Bestuur aangaande de erkenning van een EDP-auditing-opleiding.
De beslissing van de Raad van Beroep is bindend.
3. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Beroep moeten voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechter in een arrondissementsrechtbank en met enige bij de wet ingestelde rechtspraak belast of belast geweest zijn.
4. Nadere regels omtrent de Raad van Beroep, met inbegrip van de wijze van benoeming van de leden daarvan, worden gegeven in het Reglement van Beroep.
Raad van Advies
Artikel 18
1. De Algemene Vergadering kan een Raad van Advies instellen, die gevraagd en ongevraagd de Algemene Vergadering en het Bestuur kan adviseren.
2. De Algemene Vergadering benoemt en ontslaat de leden van de Raad van Advies. Een lid van de Raad van Advies behoeft geen lid van de Orde te zijn. Nadere regels omtrent de Raad van Advies worden gegeven in het Huishoudelijk Reglement.
EDP-auditing-opleidingen
Artikel 19
1. Het bestuur is belast met het nemen van besluiten over de erkenning dan wel het beëindigen van de erkenning van universitaire EDP-auditing-opleidingen. De erkenning beoogt de garantie te geven dat de kwaliteit van de opleidingen, zodanig is dat afgestudeerden van die opleidingen kunnen worden toegelaten tot gewoon lid van de Orde.
2. Ten behoeve van de erkenning doet het Bestuur onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de opleidingen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van door of vanwege de Orde gehouden onderzoeken of studies naar de ontwikkelingen in het vakgebied IT-audit.
3. Het onderzoek naar de kwaliteit van de opleidingen wordt verricht door de Commissie van Toelating, die over haar bevindingen betreffende de opleiding een advies geeft aan het Bestuur.
4. Tegen een besluit aangaande de erkenning kan beroep worden aangetekend bij de Raad van Beroep overeenkomstig de regels, gegeven in het Reglement van Beroep. Nadere regels omtrent de erkenning van de universitaire opleidingen zijn gegeven in het Reglement van Toelating.
Commissies
Artikel 20
1. Behalve de commissie, genoemd in de artikelen 6 lid 7 en 19 lid 3 kan het Bestuur of de Algemene Vergadering besluiten tot het instellen van andere vaste commissies en ad hoc commissies. Deze commissies hebben bij hun instelling een schriftelijk vastgelegde taak.
2. Leden van commissies behoeven geen lid te zijn van de Orde.
Geldelijk beheer
Artikel 21
1. De geldmiddelen van de Orde bestaan uit:
a. entreegelden volgens hetgeen dienaangaande in het Huishoudelijk Reglement is bepaald;
b. contributies, volgens hetgeen dienaangaande in het Huishoudelijk Reglement is bepaald;
c. vrijwillige bijdragen;
d. andere baten.
2. Het Bestuur is verplicht binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen verenigingsjaar aan de Algemene Vergadering aan te bieden. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
3. Het Bestuur is verplicht de bescheiden, bedoeld in het vorig lid en de overige bescheiden als bedoeld in lid 2, te bewaren overeenkomstig de wettelijke richtlijnen.
4. De penningmeester is belast met het beheer van de middelen en waarden van de Orde. Hij is verplicht van de vermogenstoestand van de Orde zodanige aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
Reglementen
Artikel 22
1. Alle reglementen van de Orde worden vastgesteld en gewijzigd door de Algemene Vergadering, met dien verstande dat het Huishoudelijk Reglement voor de eerste maal wordt vastgesteld door het Bestuur.
2. Een bepaling in enig reglement, die in strijd is met deze Statuten is nietig.
Bijzondere besluiten
Artikel 23
1. Een besluit tot schorsing of ontslag van een bestuurder, tot wijziging van de Statuten en het Reglement Gedragscode, dan wel tot ontbinding van de Orde kan door de Algemene Vergadering slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een Algemene Vergadering, waarin ten minste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
2. Is ter vergadering, waarin een besluit als in lid 1 bedoeld, aan de orde wordt gesteld, niet ten minste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden binnen dertig dagen na de eerste, waarin met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden, een besluit overeenkomstig het in de eerste vergadering aan de orde gestelde voorstel kan worden genomen.
3. Een oproep voor een Algemene Vergadering als in lid 1 bedoeld, moet ten minste vier weken voor de dag van de vergadering worden gedaan.
4. Degenen die de vergadering ter behandeling van een voorstel tot wijziging van de Statuten of het Huishoudelijk Reglement bijeenroepen, moeten ten minste vijf dagen voor de dag van de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag van de vergadering, Bij de oproeping tot de vergadering wordt van dit laatste mededeling gedaan. Elk lid zal op zijn verzoek kosteloos een afschrift van het voorstel kunnen verkrijgen.
5. Wijzigingen in de Statuten treden in werking zodra hiervan een notariële akte is verleden. Iedere bestuurder is tot het verlijden van de desbetreffende akte bevoegd.
6. De Orde wordt ontbonden:
a. door een daartoe strekkend besluit van de Algemene Vergadering, met inachtneming van het bepaalde in lid 1 en lid 2;
b. door insolventie, nadat zij in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;
c. door de rechter in de gevallen in de wet bepaald;
d. door het geheel ontbreken van leden.
7. Zij die bij ontbinding ingevolge het sub a van lid 6 bepaalde zitting hebben in het Bestuur, zijn belast met de vereffening, tenzij bij het besluit tot ontbinding anders wordt bepaald.
8. Wordt de Orde door het geheel ontbreken van leden ontbonden, dan worden op verzoek van belanghebbenden of op vordering van het openbaar ministerie van de rechtbank vereffenaars benoemd.
9. Omtrent de bestemming van een eventueel batig saldo, behoudens in het geval als omschreven in het vorige lid, wordt door de Algemene Vergadering beslist.
10. De boeken en bescheiden van de Orde blijven gedurende de wettelijk voorgeschreven bewaartermijn berusten onder degene die daartoe door de Algemene Vergadering is aangewezen.