De pilot maakte voor de directie zichtbaar dat de digitale ambitie duidelijk aanwezig is maar dat de organisatorische en sturingsmatige randvoorwaarden nog niet overal op hetzelfde ontwikkelniveau zitten. Het algemene beeld was dat de organisatie zich bevindt rond een basisniveau van volwassenheid, terwijl de ambitie op meerdere onderdelen nadrukkelijk hoger ligt. Het adviesrapport duidde dit als een ontwikkelopgave: de organisatie wil doorgroeien naar een meer gestandaardiseerde en beheerst ingerichte digitalisering maar daarvoor moeten fundament, governance en verandervermogen verder worden versterkt.
Doordat het framework niet alleen naar technologie keek maar ook naar governance, mensen en processen, bracht het onderzoek ontwikkelpunten naar voren die in een traditionele IT-audit minder zichtbaar zijn geweest. Dat beeld wijst op een organisatie waarin veel kennis en voortgang nog sterk leunen op individuen, waarin end-to-end sturing nog in ontwikkeling is en waarin het digitale fundament nog niet volledig meegroeit met de ambities. Tegelijkertijd liet het onderzoek ook zien dat op onderdelen al een basis aanwezig is. Zo zijn er duidelijke ambities, is het belang van digitalisering bestuurlijk onderkend en zijn op diverse terreinen al eerste structuren zichtbaar. Juist die combinatie van ambitie en gedeeltelijk ingerichte randvoorwaarden maakt de situatie herkenbaar voor veel organisaties in transitie.
Op het terrein van visie en strategie bleek dat digitalisering wel degelijk onderdeel is van de koers maar nog beperkt expliciet en meetbaar is verankerd in een samenhangende KPI-structuur. Voor governance gold dat besluitvorming deels via het groepsonderdeel, deels via de groep en deels ad hoc verliep, waardoor eigenaarschap, prioritering en consistentie nog scherper konden worden ingericht. Bij organisatieverandering en processen werd duidelijk dat digitalisering nog niet overal gepaard ging met een even ver doorgevoerd end-to-end ontwerp van processen, rollen en verantwoordelijkheden. Ook de menselijke kant vroeg nadrukkelijk aandacht: competenties, capaciteit en strategisch personeelsmanagement zijn randvoorwaardelijk als een organisatie wil dat digitalisering niet alleen op papier maar ook in de dagelijkse praktijk succesvol is.
De toepassing van het framework maakte bovendien zichtbaar dat het fundament voor verdere digitalisering versneld versterkt moet worden. Dat gold voor data-governance, waar eigenaarschap, kerngegevens en datakwaliteitsmonitoring nog verder vorm konden krijgen maar ook voor technologie en architectuur. Beschrijvingen van architectuurprincipes, samenhang en wijzigingsprocessen boden nog ruimte voor verdere formalisering. Voor cybersecurity en compliance was het beeld vergelijkbaar: maatregelen zijn aanwezig maar de carve-out vraagt dat de organisatie deze verantwoordelijkheid steeds meer zelfstandig, over de gehele keten en aantoonbaar inricht. Daarmee werd duidelijk dat digitalisering niet alleen een vraag is van tempo en innovatie maar evenzeer van beheersing, continuïteit en ‘license to operate’ onder de AFM vergunning.
Deze eerste pilot met het framework heeft voor de IAF van Bovemij enkele aanknopingspunten opgeleverd voor verdere doorontwikkeling. Ten eerste is het framework inhoudelijk breed en rijk maar ontbreekt een expliciete koppeling met risico’s. Het opnemen van typische risico’s per subcomponent kan bijdragen aan een sterkere verankering in de auditpraktijk en een betere traceerbaarheid van bevindingen. Daarnaast brengt de breedte van het framework het risico met zich mee van overkill en verschillen in toepassing tussen auditors. Een logische aanscherping zou daarom kunnen liggen in het introduceren van een meer uniforme selectielogica waarmee auditors op consistente wijze bepalen welke onderdelen in een specifiek onderzoek worden meegenomen. Tot slot is het in deze pilot toegepaste volwassenheidsmodel een externe aanvulling op het framework. Een expliciete koppeling van volwassenheidsniveaus aan de verschillende subcomponenten, afgezet tegen de door het management geformuleerde ambitie, kan een waardevolle uitbreiding vormen. Dit sluit bovendien goed aan bij de toenemende adviesgerichte toepassing van internal auditing.