AI-governance wordt vaak uitgelegd vanuit strategie, ethiek of wetgeving. Dat is logisch, maar voor IT-auditors begint het meestal ergens anders. Niet bij de vraag wat een organisatie wil met AI, maar bij de vraag:
In de praktijk blijkt dat veel organisaties wel beleid hebben – een visie, principes en misschien een verbod op verkeerd gebruik – maar dat het spoor van bewijs ontbreekt. Het ene team zegt dat een systeem alleen ondersteunt, terwijl een ander team denkt dat het systeem al bijna zelfstandig beslist. Men weet wel dát AI wordt gebruikt, maar niet precies waar, door wie en met welke risico’s. Dossiers liggen verspreid over mailboxen, teamsites, notebooks, tickets en leveranciersmappen. De kans op tegenstrijdige informatie groeit en het kost veel tijd om basale vragen te beantwoorden.
De centrale vraag van dit artikel luidt daarom: wat is een AI-dossier dat audit ready is, en welke onderdelen moet het bevatten?
Record keeping levert het spoor dat voor audit onmisbaar is. Het is niet hetzelfde als “meer administratie”. Het is het vastleggen van feiten, keuzes, versies, controles en uitkomsten op zo’n manier dat een ander het later kan volgen. Zonder dat spoor blijft governance hangen in losse verhalen.
Voor IT-auditors is dat een bekend probleem. Zodra dossiers verspreid liggen, neemt de auditlast toe en groeit de kans op tegenstrijdige informatie. Welk model draaide? Welke data hoorde daarbij? Was de uitleg aan klanten al aangepast? Was er menselijk toezicht? En was dat ook zichtbaar in de logs?
Daarom is record keeping de kern van AI-governance. Niet omdat documentatie op zichzelf het doel is, maar omdat goed vastgelegde informatie de voorwaarde is voor toetsing, sturing en herstel.
[SPAA25, STEE25/26]