Do Trinh, voorzitter van de NOREA Taskforce Digitale Autonomie, ziet hierin een belangrijke uitdaging:
“Als we in Nederland een sterke en onafhankelijke digitale economie willen opbouwen, moeten we niet alleen kijken naar de reikwijdte van onze beschermingsmaatregelen. De vraag is ook of nationale veiligheid als toetsingscriterium voldoende is, of dat het publieke belang nadrukkelijker moet worden verankerd.”
Volgens Trinh mag de discussie bovendien niet blijven steken bij het tegenhouden van ongewenste overnames. Veel buitenlandse overnames zijn immers ook een gevolg van marktdynamiek, beschikbare investeringen en schaalmogelijkheden.
“Digitale autonomie bereiken we niet alleen met een stok van bovenaf. We moeten ook de bodem vruchtbaar maken waarop Nederlandse technologiebedrijven kunnen groeien, investeren en internationaal concurreren. Maak het klimaat zó aantrekkelijk dat zelfstandig doorgroeien aantrekkelijker wordt dan een buitenlandse overname.”
Die gedachte sluit aan bij de aanbevelingen uit het rapport-Wennink, waarin wordt gepleit voor het opbouwen van technologische nicheposities op gebieden als digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences. Daarvoor zijn hogere investeringen in onderzoek, innovatie en opschaling noodzakelijk.
Voor NOREA onderstreept de Solvinity-casus dat digitale autonomie niet alleen draait om bescherming van nationale belangen, maar ook om het versterken van het Nederlandse innovatie- en investeringsklimaat. Juist in die combinatie ligt de sleutel tot een digitaal weerbare en economisch sterke toekomst.