Solvinity-blokkade legt grotere vraag bloot:

01 juni, 2026
beschermen we alleen wat we hebben, of bouwen we ook aan wat we nodig hebben?
De beslissing van staatssecretaris Aerdts om de overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl te verbieden, markeert een belangrijk moment in het debat over digitale autonomie in Nederland. Solvinity levert cruciale infrastructuurdiensten aan Logius, de organisatie achter DigiD, en werd in dit geval aangemerkt als een aanbieder waarvan de overname risico’s kon opleveren voor nationale veiligheid en het publieke belang.

Het besluit is gebaseerd op een advies van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) en de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT). Opvallend daarbij is dat niet alleen nationale veiligheid, maar ook het publieke belang een belangrijke rol heeft gespeeld in de afweging. Daarmee laat deze zaak zien dat de overheid bereid is om in te grijpen wanneer vitale digitale voorzieningen onder buitenlandse zeggenschap dreigen te komen.

Volgens NOREA raakt deze discussie echter aan een bredere vraag. De digitale economie ontwikkelt zich razendsnel en strategische technologieën zoals kunstmatige intelligentie, quantum computing en biotechnologie worden steeds belangrijker voor de economische en maatschappelijke positie van Nederland. Niet iedere overname van een strategisch technologiebedrijf zal echter onder dezelfde wettelijke kaders vallen. In veel gevallen zal de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) van toepassing zijn, waarbij nationale veiligheid centraal staat, terwijl het publieke belang minder expliciet wordt meegewogen.
Digitale autonomie bereiken we niet alleen met een stok van bovenaf
Do Trinh, voorzitter van de NOREA Taskforce Digitale Autonomie, ziet hierin een belangrijke uitdaging:
“Als we in Nederland een sterke en onafhankelijke digitale economie willen opbouwen, moeten we niet alleen kijken naar de reikwijdte van onze beschermingsmaatregelen. De vraag is ook of nationale veiligheid als toetsingscriterium voldoende is, of dat het publieke belang nadrukkelijker moet worden verankerd.”

Volgens Trinh mag de discussie bovendien niet blijven steken bij het tegenhouden van ongewenste overnames. Veel buitenlandse overnames zijn immers ook een gevolg van marktdynamiek, beschikbare investeringen en schaalmogelijkheden.

“Digitale autonomie bereiken we niet alleen met een stok van bovenaf. We moeten ook de bodem vruchtbaar maken waarop Nederlandse technologiebedrijven kunnen groeien, investeren en internationaal concurreren. Maak het klimaat zó aantrekkelijk dat zelfstandig doorgroeien aantrekkelijker wordt dan een buitenlandse overname.”

Die gedachte sluit aan bij de aanbevelingen uit het rapport-Wennink, waarin wordt gepleit voor het opbouwen van technologische nicheposities op gebieden als digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences. Daarvoor zijn hogere investeringen in onderzoek, innovatie en opschaling noodzakelijk.

Voor NOREA onderstreept de Solvinity-casus dat digitale autonomie niet alleen draait om bescherming van nationale belangen, maar ook om het versterken van het Nederlandse innovatie- en investeringsklimaat. Juist in die combinatie ligt de sleutel tot een digitaal weerbare en economisch sterke toekomst.

Geschreven door
Peter van der Leij
Peter van der Leij
Contentmanager NOREA